De Leidse binnenstad in 2035
Een schone en levendige binnenstad waarin je wordt verrast, waar de voetganger op één staat, met winkels en musea die je wilt bezoeken en waar je ook lekker op het terras kunt zitten met een drankje in je hand. Dat is het beeld van Leiden in 2035 als beste belevingsgebied van ons land. De uitgangspositie van de stad is volgens centrummanager Gijs Holla goed, maar er valt nog veel winst te behalen.
"Mensen nemen geen genoegen meer met alleen winkelen, ze zoeken meer: ze zoeken beleving"
Centrummanagement Leiden (CML) stelde afgelopen jaar de visie voor de Leidse binnenstad in 2035 op. “We staan er al goed voor”, vertelt centrummanager Gijs Holla. “De binnensteden veranderen momenteel van pure winkelsteden naar steden met een mix van functies naast winkelen, denk aan cultuur, evenementen en horeca. Die mix hebben we al. We moeten ons onderscheiden van andere steden door van de Leidse binnenstad het beste belevingsgebied te maken.” CML stelt een tiental acties voor. Bijvoorbeeld het investeren in het gebied rond de Aalmarkt. Gijs: “De sfeer van de Botermarkt moeten we doortrekken tot aan de Kippenburg. We moeten terrasboten toestaan, zorgen voor meer winkels en ruimte bieden aan evenementen. Ik zou het mooi vinden als de zaterdagmarkt hiernaartoe wordt uitgebreid, die heeft een aantrekkende werking. Het Leids Volkshuis moet daarnaast een ontmoetingsplek worden voor culturele en maatschappelijke organisaties.”
Voetganger op één
Ook pleit Gijs ervoor dat de voetganger in het centrum op één komt te staan. Want hoe je ook naar de binnenstad komt - per bus, fiets of auto - , je bent uiteindelijk altijd een voetganger. “We moeten wat doen aan de fietsoverlast in het kernwinkelgebied door nieuwe fietsenstallingen te bouwen en te handhaven op fout geparkeerde fietsen.” De bezoeker van de binnenstad moet altijd worden verrast door grote en kleine evenementen. Dat kan een singer-songwriter zijn of een groter evenement. “Het hoeft niet altijd groots en meeslepends te zijn. Ik denk graag aan Woodstock on Water, dat is genieten vanaf het terras.”
Vertrouwde gevoel
Gijs wil ervoor waken dat Leiden net zo anoniem wordt als Amsterdam. “We willen het vertrouwde gevoel behouden, dat je op zaterdag op de markt tien bekenden tegenkomt. We willen geen overtoerisme, maar voldoende bezoekers zijn wel essentieel om onze voorzieningen overeind te houden.” Winkelen wordt weliswaar minder belangrijk in iedere stad, maar het blijft een van de pijlers. Daarom moet het kernwinkelgebied aantrekkelijker worden gemaakt voor het grootwinkelbedrijf. Gijs: “We missen grote winkelpanden op de juiste plekken. Er zijn tien landelijke ketens die naar onze stad willen komen, maar geen plek kunnen vinden. Dat is zo jammer.” CML wil daarom verheling van panden in het kernwinkelgebied toestaan. In het zwerfmilieu daaromheen moet de rode loper uit voor lokale ondernemers.
CML wil de binnenstad bovendien meer op de kaart zetten als huiskamer van stad én regio. Dat kan met goede marketing en een mooi aanbod van horeca en winkels. “De stad is voor mensen die zich Leidenaar noemen, maar natuurlijk ook voor inwoners van de buurgemeenten. Als ze nieuwe schoenen nodig hebben, moeten ze denken: we gaan lekker naar Leiden. En na het shoppen, pakken ze een terrasje en blijven ze hangen om te eten of pakken ze een film.”
Samensmelting met Stationskwartier
Daarnaast pleit CML voor een samensmelting van de historische binnenstad en het Stationskwartier. Het gebied moet zich ontwikkelen tot een gastvrij, groen en aantrekkelijk verblijfsgebied. De Stationsweg en Steenstraat worden busluw, waardoor bezoekers vanaf het station gastvrij worden verwelkomd. Tot slot moet de binnenstad schoon en veilig zijn. “De binnenstad kan veel schoner. Mensen maken veel gebruik van de openbare ruimte, die moet dus tiptop in orde zijn.”
Als Gijs vooruitblikt naar Leiden in 2035, dan ziet hij een levendige binnenstad voor zich. “Je wordt niet omver gereden door een fietser en er zijn leuke winkels en gezellige terrasjes. Het Volkshuis is een bruisende plek met mooie culturele initiatieven. De Zara heeft een achteringang gekregen aan de Stille Rijn. Mensen komen voor een museum of een congres en zijn verbaasd over hoe leuk Leiden is. Ze komen snel terug voor een weekendje in onze stad. Mensen nemen geen genoegen meer met alleen winkelen, ze zoeken meer: ze zoeken beleving.”