'Gemeente en BioPartner hebben elkaar nodig'

Oud-beleidsmedewerker en accountmanager bedrijven:

Stichting BioPartner Center Leiden, de incubatororganisatie van het Bio Science Park, bestaat veertig jaar. In een serie van vier artikelen besteden we aandacht aan dat jubileum, in de vorm van dubbelinterviews met betrokkenen en portretten van huurders. Maarten van der Plas en Anja van de Meer vertellen in de tweede aflevering over de rol van de gemeente. Hoe was en is de samenwerking? Wat zijn de verschillen tussen ‘toen’ en ‘nu’? Wat is er nodig richting de toekomst? Daarnaast komt Giel Hendriks aan het woord; hij is CEO van Toxys, een bedrijf dat zich bezighoudt met toxicologisch onderzoek en een van de ondernemingen die wordt gefaciliteerd door BioPartner.

SPECIAAL KATERN

22-24 Interview Maarten van der Plas en Anja van de Meer

25 Toxys

BioPartner en de gemeente Leiden zijn blij met elkaar. Dat concluderen Maarten van der Plas (73), die als beleidsmedewerker veertien jaar lang nauw betrokken was bij het Bio Science Park, en accountmanager bedrijven Anja van de Meer (42). Samen maken ze de balans op. “Er wordt niet alleen gekeken naar arbeidsplaatsen, ook naar de maatschappelijke impact.”

De begroeting tussen de twee, in de kantine van BioPartner5, is allerhartelijkst. “We kennen elkaar van feestjes”, verduidelijkt Anja van de Meer. Ze zegt het lachend, maar met een serieuze ondertoon. Verderop in het gesprek zal duidelijk worden hoe belangrijk die ‘feestjes’ waren - en nog steeds zijn. Zo is er iedere derde donderdag van de maand een Life Science Café in grand café De Stal (ooit het onderkomen van stier Herman, zie kader). Deze ontmoetingsplek in het hart van het park is op initiatief van Maarten van der Plas ontstaan. “Het is belangrijk dat mensen elkaar ontmoeten”, stelt hij.

Magisch geschenk

Van der Plas, opgeleid tot chemicus, was maar liefst veertig jaar ambtenaar, waarvan 22 jaar in Vlaardingen. Daarna verkaste hij naar de gemeente Leiden, waar hij werkte bij Sociale - en Economische Zaken voordat hij begin deze eeuw als beleidsmedewerker te maken kreeg met het Bio Science Park. “Een geschenk”, noemt hij dat. “Magisch. Ik voelde me als een vis in het water. Wat mijn taken waren? De gemeente had een duidelijke rol in de ontwikkeling van het gebied en we probeerden bedrijven hier naartoe te krijgen. Ik was onder meer betrokken bij de oprichting van de LBSP Foundation. Mijn specialiteit, als ik het zo mag zeggen, was samenwerken.”

Van de Meer knikt. “Iedereen kent Maarten”, zegt ze over haar gepensioneerde voorganger. “Hij is altijd heel zichtbaar geweest. Hoewel ik een andere functie heb, probeer ik zijn voorbeeld te volgen.” De gediplomeerd archeologe is sinds februari 2020 een van de vier accountmanagers van Team Economie, met het Leiden Bio Science Park en de Spoorzone in haar portefeuille.

“Contacten onderhouden met bedrijven”, vat ze haar werk kort samen. “Ik heb ook nauw contact met vastgoedeigenaren (nieuwe gebouwen moeten passen bij de ontwikkeling van het Maarten van der Plas en Anja van de Meer gebied) en ik ondersteun bedrijven als ze de gemeente nodig hebben. Bijvoorbeeld bij een vergunningentraject, of als ze ergens anders tegenaan lopen.”

Innovatiedistrict

Ze komt terug op de eerdere woorden van Van der Plas. “Ik vind het mooi dat Maarten het park een geschenk noemt. Ik werd blij toen ik hier voor het eerst kwam. Het is bijzonder om in gesprek te gaan met onderzoekers en wetenschappers die met zóveel overtuiging proberen de wereld een stukje mooier te maken. Wat hier allemaal gebeurt, is bijna onvoorstelbaar; ongelooflijk waar die ondernemingen - van incubators tot big pharma -allemaal mee bezig zijn. Het park is heel belangrijk voor Leiden, voor de regio. Het biedt werk aan zo’n 25 duizend mensen en daarnaast zijn er ook nog eens ruim 25 duizend studenten.”

Haar gesprekspartner kan dat beamen. Hij heeft het wetenschapspark begin deze eeuw zien groeien, zegt hij. “Veel was nog onontgonnen gebied, maar de gemeente was ervan overtuigd dat ze ‘iets’ met het Bio Science Park moest. Cruciaal is de rol van hoogleraar Rob Schilperoort geweest, de initiator van het park, hij heeft wetenschappelijk onderzoek en ondernemerschap bij elkaar gebracht. De gemeente? Die is net zo belangrijk als andere partijen. Je kunt het niet alleen, je hebt elkaar nodig. Overigens was dat in het begin wel anders: partijen zaten niet op één lijn. Nu is de samenwerking uitstekend.”

Van de Meer: “Wat ik knap vind, is dat de Leidse gemeenteraden door de jaren heen hebben vastgehouden aan de lijn die destijds is ingezet: dat het LBSP een specifiek profiel heeft. Dat is nog steeds zo, nieuwe bedrijven moeten passen bij dat biotech-profiel. Er wordt niet alleen gekeken naar arbeidsplaatsen, ook naar de maatschappelijke impact. Het mooie is: alle betrokkenen hebben eigen belangen, maar een gezamenlijk doel, namelijk de continue doorontwikkeling van het park als innovatiedistrict. Als gemeente dragen we onder andere met fysieke projecten bij aan een goed vestigingsklimaat voor bedrijven in een innovatiedistrict. Hoe maken we dit tot een gebied waar je prettig kunt verblijven? Hoe zorgen we ervoor dat het toekomstbestendig is? Daar werken we hard aan.”

Mbo’ers

Een aandachtspunt is het aantrekken van personeel. “Ik vond het in mijn tijd belangrijk dat er aandacht kwam voor het mbo”, zegt Van der Plas. “Dat is goed voor het park, dat er niet alleen wetenschappers zijn. Een project waar ik trots op ben, is de Leidse instrumentmakers School, die mbo-opleidingen fijnmechanische techniek verzorgt en hier is gevestigd. Ik was betrokken bij een nieuw onderkomen voor de school dat met steun van verschillende partijen tot stand kwam.” Van de Meer: “De geschiedenis herhaalt zich. Het is een uitdaging om voldoende talent te vinden, de vijver moet groter. Op het LBSP werken ondernemers, onderwijs en gemeente samen om talent aan te trekken en vast te houden. Daarbij kijken we zéker ook naar mbo’ers, daar zijn er veel van nodig de komende jaren.”

Aan de muur in zijn kantoor prijkt een ingelijste poster. Het is een cartoon van Pinky and the Brain, een komische Amerikaanse animatieserie uit de jaren negentig over twee laboratoriummuizen die telkens opnieuw ontsnappen en proberen de wereld te veroveren. De striptekening, een kadootje van een kennis, hangt er niet zomaar. Gevraagd naar de ambitie van Toxys antwoordt Giel Hendriks (49) glimlachend: “De wereld overnemen. Niet letterlijk natuurlijk, maar we willen een belangrijke partij zijn op het gebied van toxicologisch onderzoek, zonder het gebruik van dierproeven”.

Anderen helpen

Dat is geen grootspraak. Integendeel: in tien jaar tijd is Toxys uitgegroeid tot een wereldwijde speler, met klanten uit de farmaceutische, cosmetische en chemische industrie. “Het is supergaaf om anderen in de maatschappij te helpen met de kennis die wij hebben”, zegt de algemeen directeur.

Hendriks - opgeleid tot moleculair bioloog - werkte als wetenschapper bij het Leids Universitair Medisch Centrum, toen hij tijdens congressen bij de presentatie van tests naar dna-schade te horen kreeg: dát is interessant, waarom start je niet een eigen bedrijf? In 2012 schreef hij een businessplan en diende een aanvraag in voor subsidie. Die werd in eerste instantie afgewezen, maar zijn enthousiasme was gewekt. Een jaar later had hij wel succes. Met één medewerker begon hij vanuit het LUMC met Toxys.

Het bedrijf groeide snel en telt inmiddels meer dan dertig medewerkers. Sinds 2021 is het gevestigd op de tweede verdieping van BioPartner 5 in Oegstgeest. Toxys heeft ook een verkoopkantoor in Amerika, en een agent in Japan. De missie van de onderneming is het ontwikkelen van laboratoriumtesten die inzicht geven in de biologische reactiviteit van stoffen. Oftewel: producten onderzoeken op giftigheid. Het bekendste platform is ToxTracker, gebaseerd op stamceltechnologie, waarmee je de belangrijkste kankerverwekkende eigenschappen van nieuwe stoffen kunt identificeren.

“Simpel gezegd: door deze test veranderen cellen van kleur wanneer er beschadiging van het dna is. Zo’n beschadiging kan leiden tot kanker of erfelijke afwijkingen. We hebben ook andere testsystemen, zoals een test die het mogelijk maakt te kijken naar de verstoring van de embryonale ontwikkeling. Al die informatie is waardevol voor de industrie en draagt bij aan betere medicijnen en veilige(re) producten.”

Multinationals

Klanten zijn met name multinationals in cosmetica, voeding, chemie en agrochemie. “Om een voorbeeld te geven: voor een Amerikaanse farmaceut hebben we laatst met door ons geleverde data kunnen aantonen dat een nieuw medicijn niet-reactief is -dus veilig.”



Page 19 Page 24


return to main site-map