Idealen botsen steeds vaker met de praktijk
Er was een tijd dat duurzaamheid vanzelfsprekend klonk. Niet omdat iedereen precies wist wat deze term betekende, maar omdat niemand die hardop durfde te betwijfelen. Duurzaam ondernemen hoorde bij modern ondernemen, net als veiligheid, kwaliteit en continuïteit. Daarom stond dit in presentaties, jaarverslagen, aanbestedingen en op websites. Soms groot, soms kleiner, maar altijd aanwezig.
Die tijd is voorbij. Vandaag moet duurzaamheid concurreren met stijgende energiekosten, hogere lonen, schaarste aan personeel en een onzekere economie. Waar het ooit een ambitie was, is het nu een rekensom geworden. Niet omdat ondernemers ineens anders zijn gaan denken, maar omdat de omstandigheden zijn veranderd. Trots legt het af tegen liquiditeit. Idealen tegen kasstromen. Ik begrijp dat. Ondernemen is geen ideologie. Het is dagelijks keuzes maken onder druk. Overleven met open ogen.
Ondernemen zonder vangnet
Ook de rol van de overheid is veranderd. Jarenlang werd verduurzaming gestimuleerd. Met subsidies, regelingen en duidelijke doelstellingen. Niet altijd logisch en niet altijd consequent, maar er was richting. Ondernemers wisten waar zij aan toe waren. Wie investeerde, liep misschien voorop, maar voelde zich niet alleen. Die richting is vervaagd. Subsidies verdwijnen of veranderen terwijl investeringen al zijn gedaan. Regels schuiven tijdens het spel. Wat gisteren werd aangemoedigd, voelt vandaag als een risico. Duurzaamheid zonder zekerheid vraagt lef. Maar lef zonder perspectief wordt gevaarlijk. En dan begint het vertrouwen af te brokkelen.
Van ambitie naar afweging
Daardoor verliest duurzaamheid glans. Zij schuift van ambitie naar verplichting, van kans naar kostenpost en van toekomstvisie naar ‘ook dit nog’. Zij staat nog steeds in missies en beleidsstukken, maar zelden bovenaan de agenda. In MT-overleggen wordt zij kritisch gewogen en in investeringsrondes vooruitgeschoven. Niet omdat zij onbelangrijk is, maar omdat het nu even niet kan. Duurzaamheid was relatief comfortabel zolang zij geen pijn deed. Zolang subsidies haar verzachtten, zolang terugverdientijden acceptabel waren en zolang de markt meebewoog. Dat comfort is verdwenen. En daarmee ook haar vanzelfsprekendheid. Is dat slecht? Je verwacht nu vast een volmondig ‘ja’ van mij, maar die krijg je niet. Lees verder.
We hebben het mooier gemaakt dan het was
Duurzaamheid is nooit vrij geweest van hypocrisie. We – ja, ook ik – hebben haar vaak mooier voorgesteld dan zij was. We verzamelden keurmerken, schreven rapportages en maten scores, terwijl het dagelijkse gedrag daar niet altijd bij aansloot. We wilden laten zien dat we goed bezig waren. Terwijl de container gewoon werd opgehaald, de diesel bleef rijden en de vlucht naar Verweggistan gewoon werd geboekt. Duurzaamheid als verhaal werkte prima, zolang zij niet te veel van ons vroeg. Nu zij pijn doet, wordt het stiller. En juist in die stilte ontstaan de vragen die ertoe doen. Niet: hoe duurzaam zijn we op papier? Maar: waarom doen we dit eigenlijk? Niet: wat kost het? Maar: wat kost het als we het níét doen? Dat zijn geen marketing-, maar leiderschapsvragen, omdat ze over continuïteit, afhankelijkheid en risico gaan.
Geen grote woorden meer
Ik zie ondernemers die nauwelijks nog praten over duurzaam ondernemen, maar er wel naar handelen. Zonder grote woorden. Zonder persberichten. Zij investeren omdat zij de kwetsbaarheid van hun bedrijf voelen. Omdat energieafhankelijkheid concreet is geworden. Omdat netcongestie groei belemmert. Omdat grondstoffen niet langer vanzelfsprekend zijn. Omdat klanten kritischer worden en leveranciers onzeker. Bij hen is duurzaamheid geen statement meer, maar strategie. Niet om beter gevonden te worden, maar om minder kwetsbaar te zijn. Minder afhankelijk van externe factoren. Meer grip op de eigen keten. Dat is geen idealisme, maar zakelijk realisme.
Het moment aan de keukentafel
En dan is er de ondernemer die ’s avonds aan de keukentafel zit. Voor zich een offerte voor isolatie. Daarnaast een energierekening die opnieuw hoger is uitgevallen. Hij weet wat verstandig is. Hij weet ook wat het kost. Als hij nu investeert, kan hij dit jaar geen extra mensen aannemen. Doet hij het niet, blijft hij kwetsbaar. Dit is geen morele afweging. Dit is boekhouden.
Moeheid is ook een factor
Tegelijkertijd zie ik ondernemers die afhaken. Niet omdat zij duurzaamheid onbelangrijk vinden, maar omdat zij moe zijn. Moe van wisselende regelgeving en onduidelijke kaders. Moe van het telkens moeten uitleggen waarom zij investeren in iets dat zich pas over tien of vijftien jaar terugverdient. Duurzaamheid vraagt consistentie, maar krijgt grilligheid. En op grilligheid kun je geen bedrijf bouwen. Daar zit de kern van het ongemak. Duurzaamheid vraagt om de lange termijn in een wereld die stuurt op korte termijn. We beoordelen bedrijven op kwartaalcijfers, cashflow en snelheid. Duurzaamheid werkt traag. Dat botst in de praktijk. We willen groeien, opschalen en sneller leveren, maar lopen vast op personeelstekorten, ketenafhankelijkheid en netcongestie. De ondernemer die zijn productie wil uitbreiden, krijgt geen zwaardere aansluiting. De installateur die duurzame oplossingen moet verkopen, kampt met een planning die al maanden vol zit. De groothandel die wil verduurzamen, heeft leveranciers die nog niet mee kunnen. Dit zijn geen abstracte dilemma’s, maar dagelijkse keuzes.
Prioriteit voor wie?
Misschien moeten we daarom stoppen met de vraag of duurzaamheid nog steeds prioriteit is. Een eerlijkere vraag is: voor wie moet zij dat zijn? Voor de ondernemer die elke maand balanceert tussen investeren en overleven? Voor de overheid die ambities uitspreekt, maar het speelveld voortdurend wijzigt? Voor de klant die duurzaamheid belangrijk zegt te vinden, maar kiest voor de laagste prijs?
Duurzaamheid vraagt consistentie, maar krijgt grilligheid. En op grilligheid kun je geen bedrijf bouwen.
Duurzaamheid wordt pas serieus wanneer zij concreet wordt. Wanneer zij gaat over keuzes in 2026, niet over doelen in 2036. Over wat je vandaag wél doet en wat je bewust laat. Over investeren in isolatie in plaats van uitbreiding. Over kiezen voor een andere leverancier, ook als dat gevoelig ligt. Over accepteren dat niet alles tegelijk kan. Duurzaamheid kan daarom geen project zijn met een einddatum. De ondernemer die vandaag niet investeert, is niet per definitie kortzichtig. Misschien is hij voorzichtig. Misschien is hij bezig met overleven. Ook dat is realiteit. Niet investeren kan verstandig zijn. Ik zeg er wel bij: zolang uitstel geen afstel wordt.
De echte afrekening
Duurzaamheid is geen belofte meer, maar een afweging. Voor sommige ondernemers betekent dat wachten. Voor anderen juist: nu investeren, omdat afhankelijkheden zichtbaar zijn geworden en uitstel ook een risico is. Er is geen uniforme route. Dat is de realiteit van nu.
Wanneer idealen en realiteit botsen
Dennis Captein (55) is ondernemer, uitgever en columnist. In 2004 richtte hij INTO business op, een platform dat ondernemers, bestuurders en organisaties met elkaar verbindt. Al meer dan twintig jaar volgt hij van dichtbij hoe bedrijven groeien, worstelen en keuzes maken. In zijn verhalen en columns zoekt hij naar wat er werkelijk speelt achter beleid, cijfers en mooie woorden: de dagelijkse realiteit van het ondernemerschap. In dit themaverhaal buigt hij zich over een vraag die veel ondernemers bezighoudt: hoe houd je duurzaamheid op de agenda wanneer idealen botsen met de economische realiteit.
| Page 20 | Page 26 |